Progressief Landerd verbetert beleid veehouderij in Landerd

AddThis Social Bookmark Button

Tijdens de laatste raadsvergadering zijn er twee door Progressief Landerd ingediende moties aangenomen die moeten bijdragen aan het verbeteren van de negatieve invloed van de veehouderij op de omgeving. 

 

Schaalvergroting heeft de laatste decennia ook zijn intrede gedaan in de sector melkrundveehouderij. Verwacht wordt dat schaalvergroting ook de komende jaren, zeker met het wegvallen van het Europees melkquoteringssysteem in 2015, de meest gekozen strategie voor melkrundveehouderijbedrijven blijft. 
Progressief Landerd is van mening dat een grondgebonden veehouderij zich moet kunnen onderscheiden van een niet grondgebonden veehouderij.
Een grondgebonden veehouderij schept meer mogelijkheden voor weidegang. Dus meer koeien in de wei. Naast voordelen voor dierenwelzijn en gezondheid geeft dit een lagere ammoniak- en CO2-uitstoot.

Mathieu de Klein van Progressief Landerd: ‚ÄúEen grondgebonden veehouderij kan een bijdrage leveren aan het sluiten van de kringloop van ruwvoer en mest. Hiermee wordt een enorme milieuwinst geboekt met betrekking tot effici√ęnter gebruik van mineralen en energieverbruik. Met de motie krijgt het college de opdracht in het beleid op te nemen dat een melkveehouder indien hij wil uitbreiden, na uitbreiding dient te beschikken over ten minste 0,25 ha huiskavel per koe of de veehouder dient te beschikken over¬†voldoende grond voor ruwvoerproductie. Daarvan is sprake wanneer minimaal 80% van het ruwvoer afkomstig is van gronden die zijn gelegen binnen een straal van 15 km om de betreffende bedrijfslocatie.‚ÄĚ
Met de motie wil Progressief Landerd bereiken dat zoveel mogelijk daadwerkelijke grondgebondenheid wordt nagestreefd, waarbij ruwvoer van eigen land afkomstig is en men mest van eigen koeien op eigen grond kwijt kan.

Met de ingediende motie beoogt Progressief Landerd te voorkomen dat in de toekomst grondgebondenheid, met name door het verdwijnen van de melkquota in 2015, wordt losgelaten en melkrundveehouderijbedrijven ongebreideld gaan groeien.

De andere motie ging over situaties waar sprake is van overmatige stankhinder. Daar waar een veehouderij wil uitbreiden maar er al sprake is van een overbelaste situatie waaraan door de ondernemer wordt bijgedragen, dan is bedrijfsuitbreiding alleen mogelijk indien de situatie na realisatie van de uitbreiding zodanig is verbeterd dat de geurbelasting van het betreffende bedrijf zoveel daalt dat zijn bijdrage aan de overbelaste situatie verdwijnt.