Verkiezingsprogramma 2010-2014 Woningbouw

Afgelopen raadsperiode is, ondanks de grote woorden vooraf, onvoldoende werk gemaakt van de uitvoering van concrete plannen. De gemeente heeft nu wel ruime grondposities en gaat daar hopelijk nu gebruik van maken. De rentelasten zijn opgelopen tot een onacceptabel niveau.

Hierbij zal de gemeente zich concentreren op:

  • Huurwoningen, vooral ook voor alleenstaanden (jongeren en ouderen).
  • Betaalbare starterswoningen op kavels van beperkte omvang (√©chte starterwoningen).
  • Kavels voor zelfbouwers.
  • Seniorenwoningen (nul-tredenwoningen, patiowoningen).¬†

Huurwoningen

De woningbouwco√∂peraties zullen we houden aan hun doelstelling: het bouwen van betaalbare huurwoningen! Voor zowel jongeren als ouderen. Daarvoor zullen heldere afspraken met hen gemaakt moeten worden over o.a. verkoop en sloop van woningen en over de te bouwen woningen. Deze afspraken worden gebaseerd op het volkshuisvestingsonderzoek, wat ge√ęvalueerd en geactualiseerd moet worden en vastgesteld worden door de gemeenteraad. (Zie ‚ÄėGrondprijs en beleid‚Äô)

Een steeds belangrijker wordende doelgroep zijn de alleenstaande jongeren. Deze groep heeft behoefte aan een eigen woning, zonder dat ze veroordeeld zijn tot een flatje. Kleine grondgebonden woningen of betaalbare appartementen spelen in op de behoefte van deze groep, en kunnen later tevens omgebouwd worden tot seniorenwoningen.

Er moet ook rekening gehouden worden met de mensen op de woningmarkt die niet in staat zijn om zelf een woning te kunnen kopen. Bovendien moet rekening gehouden worden met mensen die een acuut woningprobleem hebben (bijv. door echtscheiding of schulden)


Starterswoningen

Op dit moment is het begrip ‚Äėstarter‚Äô als volgt omschreven: "een starter is een meerderjarige die niet beschikt/beschikt heeft over een zelfstandige woonruimte in eigendom.‚ÄĚ Om doelgericht voor starters te bouwen en de doorstroming te garanderen dient het begrip verder ingekaderd te worden door een inkomensgrens, de vermogenspositie,¬†een maximale grootte van de starterwoning en van de onderliggende kavel en van de maximale bouwprijs op te nemen. Alleen zo kan de woning ook daadwerkelijk voor starters, die anders geen woningen zouden kunnen krijgen, behouden worden.

Starterswoningen dienen een verkoopprijs te hebben v.a. ‚ā¨ 140.000. Deze goedkoopste categorie wordt ook altijd behouden voor de doelgroep ‚Äėstarters‚Äô. Deze woningen hebben slechts twee slaapkamers en worden middels een overeenkomst beperkt in prijsstijging. Doelstelling is deze woningen ongeveer om de 5 jaar te laten rouleren naar nieuwe starters. (categorie 1 starterswoningen)

De verkoopprijs van overige starterswoningen hoort flink onder het drempelbedrag van de starterslening te liggen. Starterswoningen zouden tot ‚ā¨ 190.000 mogen kosten. Deze starterslening wordt ruim onder de aandacht gebracht. (categorie 2 starterswoningen)

Wij juichen startersverenigingen, waarin starters in gezamenlijkheid starterswoningen willen bouwen, van harte toe!

Seniorenwoningen

Voor de vergrijzende bevolking is het belangrijk om een breed scala aan woningen voor de senioren beschikbaar te hebben, zowel wat betreft huur- en koopwoningen, als type woningen (patiowoningen, appartementen, etc.) en prijsklasse. Ook hiervoor moet ruim aandacht zijn voor alleenstaande ouderen.

BIO-woningen

BIO staat voor Buitengebied in Ontwikkeling. BIO-woningen zijn woningen die in specifieke bebouwingsclusters gebouwd kunnen worden. Deze woningen moeten aan vastgestelde eisen wat betreft kavelgrootte, inhoud en uitstraling voldoen. De aanvrager dient, nadat is gebleken dat de locatie conform beleid in aanmerking kan komen en toestemming is verleend, een bijdrage van ‚ā¨ 140.000 aan de gemeente te betalen. Het buitengebied mag echter geen melkkoe worden. Er moet terughoudend omgegaan worden met woningbouw in het buitengebied, zoals ook de structuurvisie BIO-woningen aangeeft.

De structuurvisie BIO-woningen is vastgesteld. Een college moet conform deze visie aanvragen beoordelen en goed beargumenteerd beslissingen nemen. Indien sprake is van rood-voor-rood (een BIO-woning in ruil voor het slopen van stallen of schuren in het buitengebied) zal in vrijwel alle gevallen geen bezwaren kennen.

Over anderhalf jaar wordt de aanpak in het licht van de visie ge√ęvalueerd op basis van alle voorhanden zijnde casussen.

De opbrengst van de BIO-woningen wordt in een fonds gestort en alleen aangewend voor ontwikkeling van het LOG (75 %) en natuur en landschap (25 %). Recreatie (zoals recreatieve poort) valt hier niet onder.